CANS (voorheen R.S.I.)


CANS (voorheen Repetitive Strain Injury)

Binnen onze praktijk wordt veel aandacht besteed aan het behandelen van patiënten met CANS (Complaints of the Arm, Neck and/or Shoulder). De definitie luid: Klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat in nek, arm en/of schouder, waaraan geen acuut trauma of systeemaandoening ten grondslag ligt. In feite wordt CANS veroorzaakt door een onjuist gebruik van het houding- en bewegingsapparaat waardoor functiestoornissen en pijnklachten ontstaan. 

CANS is een omschrijving van een klachtencomplex. Het CANS model laat zien dat de klachten in te delen zijn in specifieke en a-specifieke CANS . Een aandoening is specifiek als deze te diagnosticeren is. 

Er zijn 23 aandoeningen als specifieke CANS benoemd (zie tabel). Ze worden als afzonderlijke aandoeningen benaderd en behandeld en dus niet als één grote groep van klachten gezien. 

Als een aandoening niet in het rijtje van de 23 als specifieke CANS voorkomt, wordt gesproken van a-specifieke CANS . 

Symptomen die onder andere op kunnen treden zijn; vermoeidheid, pijn, tintelingen en krachtsverlies. De klachten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door het te lang, te krampachtig en steeds opnieuw uitvoeren van dezelfde beweging. Het krijgen en onderhouden van CANS is bepaald door meerdere factoren. 

Factoren die een rol kunnen spelen bij het krijgen en onderhouden van CANS zijn onder andere een slecht ingerichte werkplek, een slechte lichaamshouding, stress, werkdruk, een slechte conditie, een verstoorde arbeid - rust verhouding en persoonlijkheidskenmerken . Onze kijk op CANS is ontstaan vanuit de manuele therapie,  bedrijfsfysiotherapie en sportfysiotherapie en is erop gericht om factoren in kaart te brengen die het natuurlijk herstel belemmeren. 

Belangrijk hierbij is dat we erin slagen om de patiënt inzicht in het ontstaansmechanisme van CANS bij te brengen, omdat dit ons inziens een voorwaarde is om te kunnen herstellen. De patiënt moet immers de risicofactoren zelf herkennen. Ook zullen we trachten eventuele functiestoornissen van het houding- en bewegingsapparaat te verhelpen. Dit kan middels mobilisatietechnieken of middels actieve oefentherapie. 

Belangrijk is ook dat storende factoren in de werksituatie geëlimineerd worden : aandacht is er voor werkplek, werkwijze, werkhouding en werkdruk. Doordat meerdere factoren een rol spelen bij het ontstaan van CANS is behandeling van CANS moeilijk doch goed mogelijk. Het vergt veel discipline en geduld van de patiënt en het duurt lang voordat (al dan niet volledig) herstel bereikt is. Het is echter de moeite waard om hier veel energie in te steken; de kwaliteit van uw leven zal er immers door verbeteren.




Tot specifieke CANS behoren: 
 
Bicepspees tendinose Scheur in het labrum glenoidale

Bursitiden rond de elleboog Lokale artritis (geen RA) in een gewricht van de bovenste extremiteit

Carpaal tunnelsyndroom Oarsman's wrist

Cervicale hernia  Radiaal tunnelsyndroom

Cubitaal tunnelsyndroom   Raynaud's fenomeen

M. Dupuytren  Rotator cuff scheuren

Epicondylitis lateralis cubiti   Subacromiaal impingementsyndroom (rotator cuff syndroom, tendinosen en bursitiden rond de schouder

Epicondylitis medialis cubiti   Sudeckse dystrofie

Frozen shoulder   Suprascapulaire compressie

Guyon kanaalsyndroom   Triggerfinger

Instabiliteit van de schouder   Ziekte van De Quervain

Instabiliteit van de elleboog   

 



ls er sprake van een aandoening niet in het rijtje van de 23 als specifieke CANS voorkomt, dan spreekt men van a-specifieke CANS.